De vraag is niet of een BV beter is. De vraag is bij welke winst dat geldt, en hoeveel het dan werkelijk oplevert. Sleep over de lijn en zie het voor je eigen cijfers.

Overal lees je hetzelfde: vanaf een ton winst moet je een BV. Dat klopt niet, en het mist de kern.
Reken je één belastingjaar door, dan is een BV alleen voordeliger binnen een smalle bandbreedte en gaat het om een paar duizend euro. Bij € 150.000 winst is dat een kleine € 5.000.
Reken je tien jaar door, dan staat er bij diezelfde winst ongeveer € 91.000 meer vermogen. Over twintig jaar loopt het op tot boven de € 300.000.
Dat verschil komt niet uit een lager tarief. Het komt uit tijd. Winst die in je BV blijft staan valt niet in box 3, het rendement erop wordt lichter belast, en de belasting die je uitstelt blijft in de tussentijd voor je werken.
Bij de standaardinstellingen hierboven begint het voordeel rond de € 91.000 jaarwinst. Waar die grens voor jou ligt, hangt af van je winst, je DGA-salaris, je horizon en de manier waarop je uiteindelijk afrekent.
Dit is het effect dat vrijwel niemand meeneemt, en het is het grootste.
Privévermogen kost je in box 3 elk jaar 2,16 procent. Dat is een forfaitair rendement van 6 procent, belast tegen 36 procent. Of je dat rendement werkelijk haalt, doet niet ter zake.
Vermogen in je BV kost dat niet. Daar wordt het werkelijke rendement belast met vennootschapsbelasting, 19 procent tot € 200.000 winst.
Reken tien jaar door bij € 150.000 winst en je ziet het: in de eenmanszaak betaal je ongeveer € 89.000 box 3, in de BV-route ongeveer € 36.000. Dat verschil is het grootste deel van het voordeel.
Keerzijde: bij een hoog werkelijk rendement kantelt dit. Box 3 rekent met 6 procent, dus haal je meer, dan wordt privé juist gunstiger. Zet het rendement in de tool op 10 procent en je ziet het voordeel van de BV krimpen.

Box 2 kent twee tarieven. Over de eerste € 68.843 per jaar betaal je 24,5 procent. Over alles daarboven 31 procent.
Keer je een opgebouwd vermogen in één keer uit, dan valt bijna alles in dat hoge tarief. Verdeel je het over jaren binnen de lage schijf, dan blijft het 24,5 procent.
Bij € 150.000 winst over tien jaar is dat het verschil tussen ongeveer € 38.000 en € 91.000 voordeel. Dezelfde winst, dezelfde BV, andere planning.
Heb je een fiscaal partner? Dan geldt de lage box 2-schijf twee keer, dus tot € 137.686 per jaar, en is je heffingsvrije vermogen in box 3 dubbel. Deze tool rekent zonder partner.
Winst in je BV laten staan is uitstel, geen afstel.
De box 2-claim blijft klaarliggen. Bij uitkeren, bij verkoop van je aandelen, bij staken en bij overlijden. Er is geen route waarlangs die winst zonder box 2 in je privévermogen belandt.
Deze tool rekent die claim daarom volledig mee, ook over het deel dat je nooit uitkeert. Het voordeel dat je ziet komt uit tijd en uit box 3, niet uit belasting ontlopen.tie en M&A tot internationale groei, private equity en emigratie. Zodat jij niet nog een keer opnieuw hoeft te beginnen.

.png)
Bij een eenmanszaak is je privévermogen aanspreekbaar. Bij een BV in principe niet.
.png)
In een BV bouw je anders op dan als ondernemer in de inkomstenbelasting.
.png)
Een BV is makkelijker te financieren en aandelen zijn overdraagbaar.
.png)
Wil je je onderneming ooit verkopen of overdragen, dan is een holdingstructuur bijna altijd het startpunt. De bedrijfsopvolgingsregeling zit niet in deze berekening.
.png)
Boekhouding, jaarrekening, salarisadministratie en aangiften. Die staan niet in de rekensom hierboven. Haal ze zelf van het voordeel af.
.png)
Een geruisloze of ruisende inbreng heeft eigen gevolgen, en het moment waarop je dat doet bepaalt wat het kost.

Elk jaar dezelfde winst, geen inflatie en geen loonstijging. Alles wat privé terechtkomt blijft belegd en valt in box 3 als overige bezitting. Dat is de gunstige aanname voor de eenmanszaak: hou je het als ondernemingsvermogen aan, dan wordt het rendement in box 1 belast en dat is bij deze winstniveaus zwaarder. Consumptie zit er niet in. Rendement binnen de BV is winst van de vennootschap en wordt belast met vennootschapsbelasting, gestapeld op de operationele winst. Aan het eind van de periode wordt afgerekend over wat er in de BV staat: gespreid tegen 24,5 procent of in één keer volgens de schijven. Dat is een keuze in de tool en het is de grootste knop in de uitkomst. Bij gespreid gaan we ervan uit dat je binnen de lage box 2-schijf blijft. Dat kost meerdere jaren en in die jaren belegt de vennootschap door, wat niet is meegerekend. De extra kosten van een BV zitten niet in de vergelijking. Die haal je zelf van het voordeel af. Er is geen rekening gehouden met een fiscaal partner, pensioenopbouw, de bedrijfsopvolgingsregeling of het jaar van omzetten zelf. Deze uitkomst is een prognose op basis van je eigen invoer, geen advies.
De schijven, kortingen en percentages zijn op 30 juli 2026 nagekeken bij de Belastingdienst en de KVK. Box 1 35,75 / 37,56 / 49,50 procent met grenzen op 38.883 en 78.426 euro, algemene heffingskorting maximaal 3.115 euro met afbouw van 6,398 procent vanaf 29.736 euro, arbeidskorting volgens de wettelijke banden, Zvw 4,85 procent voor de ondernemer en 6,10 procent werkgeversheffing over het DGA-salaris met een maximumbijdrage-inkomen van 79.409 euro, vennootschapsbelasting 19 en 25,8 procent met de grens op 200.000 euro, box 2 24,5 en 31 procent met de grens op 68.843 euro, MKB-winstvrijstelling 12,7 procent, zelfstandigenaftrek 1.200 euro, startersaftrek 2.123 euro en een gebruikelijk loon van 58.000 euro. Box 3 2026: forfaitair rendement 6,00 procent op overige bezittingen, tarief 36 procent, heffingsvrij vermogen 59.357 euro per persoon.