Het belangrijkste verschil zit in de manier waarop je winst belast wordt. In een eenmanszaak valt al je winst in box 1 van de inkomstenbelasting. Dat tarief loopt op tot bijna 50% bij hogere inkomens. In een BV betaal je eerst vennootschapsbelasting over de winst, met een laag tarief van 19% over de eerste €200.000. Pas wanneer je geld naar privé haalt, volgt een tweede heffing via je salaris of via dividend in box 2.
Bij een bescheiden winst is de eenmanszaak daardoor vaak voordeliger. Je profiteert dan van ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Een BV kent die voordelen niet. Bovendien moet je jezelf als directeur grootaandeelhouder een marktconform salaris betalen, het zogenoemde gebruikelijk loon. Over dat loon betaal je gewoon loonbelasting. Naarmate je winst stijgt, weegt het lage tarief in de BV echter steeds zwaarder dan de voordelen van de eenmanszaak.
Het omslagpunt is de winst waarbij een BV per saldo goedkoper wordt dan een eenmanszaak. Een vaak genoemde grens is €100.000 winst per jaar. In de praktijk verschilt dat bedrag sterk per ondernemer.
Het verschil zit vooral in wat je met de winst doet. Geld dat in de BV blijft, wordt alleen belast met vennootschapsbelasting. Dat maakt een BV aantrekkelijk voor ondernemers die willen investeren of een buffer willen opbouwen. Haal je alles op, dan betaal je twee keer belasting en schuift het omslagpunt omhoog.
Kijk daarnaast naar je winst over meerdere jaren. Eén uitschieter is geen goede reden om over te stappen. Een BV na een topjaar kost in een rustiger jaar juist extra geld.
Een BV brengt vaste lasten mee. Je stelt elk jaar een jaarrekening op, doet aangifte vennootschapsbelasting en voert een loonadministratie voor je eigen salaris. Reken daarvoor op ongeveer €1.500 tot €3.000 extra per jaar. Eenmalig komen daar de notariskosten voor de oprichting bij.
Bij een winst ruim onder het omslagpunt wegen die kosten vaak niet op tegen het belastingvoordeel. Ook als je de zelfstandigenaftrek nog volledig benut en weinig risico loopt, is een eenmanszaak meestal de logische keuze. Overstappen kan later altijd nog, zodra je onderneming verder groeit.
Veel ondernemers kiezen niet voor één BV, maar voor een holdingstructuur. Je richt dan een persoonlijke holding op die de aandelen bezit van je werkmaatschappij. De werkmaatschappij voert de onderneming en draagt het risico. Winst kun je onbelast doorschuiven naar de holding, waar het veilig staat.
Deze structuur biedt bovendien voordelen bij een latere verkoop. De opbrengst komt dan in de holding terecht zonder directe heffing in box 2. Een holding kost echter wel extra administratie. Voor een kleine onderneming zonder groei- of verkoopplannen volstaat één BV vaak.
Wanneer BV oprichten het slimst is, hangt ook af van de kalender. Veel ondernemers kiezen voor 1 januari. Je eenmanszaak sluit dan precies een kalenderjaar af, wat je administratie en aangiften overzichtelijk houdt.
Stap je over vanuit een bestaande eenmanszaak, dan kan dat via een geruisloze omzetting. Je brengt je onderneming dan zonder directe belastingheffing in de BV in. Fiscaal kan de BV zelfs met terugwerkende kracht starten. Daarvoor dien je vooraf een intentieverklaring in bij de Belastingdienst, en de notariële akte moet binnen negen maanden volgen. Begin daarom tijdig met de voorbereiding, zeker als je per het nieuwe jaar wilt overstappen.
Een BV wordt meestal voordelig vanaf een structurele winst van ongeveer €100.000 per jaar. Dat bedrag is echter geen harde grens. Laat je een flink deel van de winst in de BV staan, dan kan het omslagpunt al rond €80.000 liggen. Over gereserveerde winst betaal je namelijk alleen vennootschapsbelasting. Haal je vrijwel alles naar privé, dan schuift de grens op naar €120.000 of hoger. Daarnaast tellen de vaste kosten van een BV mee, zoals de jaarrekening en de loonadministratie. Ook het gebruikelijk loon dat je als DGA moet opnemen, beïnvloedt de uitkomst. Een berekening op basis van je eigen cijfers over meerdere jaren geeft daarom het meest betrouwbare en persoonlijke antwoord op deze vraag.
Voor de meeste zzp’ers is een eenmanszaak in de eerste jaren de voordeligste keuze. Je hebt dan recht op de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling, mits je aan het urencriterium voldoet. Bovendien blijft je administratie eenvoudig en betaal je geen extra kosten voor een jaarrekening of loonadministratie. Zodra je winst structureel richting de €100.000 groeit, verandert dat beeld. Een BV wordt dan interessant, zeker als je winst wilt reserveren voor investeringen of een buffer. Ook bij grotere opdrachten of meer zakelijk risico kan een BV eerder zinvol zijn. Je privévermogen staat dan beter afgeschermd. Twijfel je over het juiste moment, laat dan beide rechtsvormen naast elkaar doorrekenen door een specialist die je cijfers kent.
Wanneer BV oprichten voor jou de juiste stap is, verschilt per onderneming. Daarom kijken we samen naar jouw situatie. We rekenen je winst volledig door, met en zonder holding, en laten zien wat je netto overhoudt. Kies je voor een BV, dan regelen we bovendien de overstap, van de intentieverklaring tot een ingerichte administratie. Plan een kennismaking en neem je beslissing op basis van cijfers.
Terug naar overzicht
.png)